U bent hier

3.3.3. Geschreven pers

De kostprijs voor de consument wordt volledig gedekt door de aanschafprijs van het gedrukte exemplaar van het dagblad of tijdschrift. De lezer heeft wel de keuze tussen losse verkoop of abonnementsformules.

Uit de tabel “prijzen per product” die de FOD Economie op haar website publiceert, kunnen de in Figuur 80: Evolutie prijsindex dagbladen (2004=100%) (België) en Figuur 81: Evolutie prijsindex tijdschriften (2004=100%) (België) afgebeelde prijsevoluties afgeleid worden.

Figuur 80 : Evolutie prijsindex dagbladen (2004=100%) (België) [148] - beschrijving figuur 80

Figuur 80 : Evolutie prijsindex dagbladen (2004=100%)

Figuur 81 : Evolutie prijsindex tijdschriften (2004=100%) [149] - beschrijving figuur 81

Figuur 81 : Evolutie prijsindex tijdschriften (2004=100%)

De cijfers van de FOD Economie verwijzen in het geval van tijdschriften en dagbladen niet naar de gemiddelde prijs, maar geven de indexcijfers weer en symboliseren aldus de prijsevolutie sinds 2004[150]. 2004 is het basisjaar waar de prijzen gelijk werden gesteld aan 100 voor een korf[151] van producten.


[148] FOD Economie
[149] FOD Economie
[150] De specifieke reden waarom voor een product in bepaalde gevallen (zoals voor kranten en tijdschriften) geen gemiddelde prijzen maar uitsluitend indexcijfers worden gepubliceerd, is het feit dat het gevolgde product uit de indexkorf een staal van getuigen is dat in de meeste gevallen niet homogeen is en waardoor aan een gemiddelde prijs geen echte betekenis kan gehecht worden (voorbeeld staal van de personenwagens, staal van de buitenlandse reizen, staal van kranten en tijdschriften). In dit laatste geval gaat het concreet over een mix van prijzen voor losse nummers en abonnementen.
[151] De gehanteerde productdefinities van de indexkorf zijn strikt vertrouwelijk. Zij mogen niet aan derden worden meegedeeld noch gepubliceerd. Hiermee beoogt de indexcommissie het uitsluiten van mogelijke manipulatie van het indexcijfer. Immers, indien de productdefinities gekend zouden zijn door derden, dan bestaat de mogelijkheid dat de prijsevolutie voor deze producten anders zou verlopen, dan voor andere (aanverwante) producten die niet in de indexkorf zitten.

De informatie wordt gepubliceerd op het niveau van het Rijk (dus inclusief Frans- en Duitstalige bladen). De methodologie die gebruikt wordt voor de indexberekening is zodanig opgesteld dat ze slechts representatief is op het nationale niveau. De wegingscoëfficiënten werden vastgelegd in functie van de nationale huishoudbudgetenquête. De gevolgde distributievormen werden eveneens op nationaal niveau gekozen.

Gezien het beperkte aantal Vlaamse krantentitels kan de individuele prijsevolutie van de verschillende titels gedurende de laatste 6 jaar uitgetekend worden.
Tijdens deze periode is de prijs van het dagblad gemiddeld 20% toegenomen. De Tijd is het duurst en steeg het snelst in prijs, sneller dan de evolutie van de consumptie-index (2006 = 100). De prijzen van de andere dagbladen stegen ook, maar volgden de consumptieprijsindex.

Figuur 82 : Prijsevolutie krantentitels [152] - beschrijving figuur 82

Figuur 82 : Prijsevolutie krantentitels


[152] Eigen opzoeking

Figuur 83 : Prijsevolutie weekbladtitels : gemiddelde prijs op jaarbasis [153] - beschrijving figuur 83

Figuur 83 : Prijsevolutie weekbladtitels : gemiddelde prijs op jaarbasis


[153] Eigen bewerking op basis van gegevens verstrekt door de Federatie van de Belgische magazines (Febelmag)

De meeste weekbladtitels kenden een lichte prijsstijging. Enkel de prijs van het magazine Clickx daalde met €0,10.

Daarnaast heeft de technologische vooruitgang er ook voor gezorgd dat alle dagbladen via applicaties verkrijgbaar zijn. Op deze manier is het voor de consument mogelijk om zijn dagelijkse krant ook via tablet en smartphone te lezen. De meeste abonnementen voorzien in het gratis verstrekken van toegang tot de applicaties voor de abonnees. Bij losse verkoop (verkoop per stuk) moet de consument een vergoeding betalen. Deze bestaat uit een eenmalige prijs voor het downloaden van de applicaties en de prijs voor het downloaden (m.a.w. aankopen) van het dagblad zelf.

Figuur 84 : Prijzen dagbladen via applicaties [154]

Figuur 84 : Prijzen dagbladen via applicaties
Titel

Papieren versie

Prijs op weekdag

Digitale versie

Download app

Digitale versie

Prijs/download dagblad weekdag

Digitale versie

Prijs/download dagblad weekend

De Morgen € 1,30 € 0,00 € 0,89 € 1,79
De Standaard (incl. bijlagen) € 1,30 € 0,00 € 1,59 € 2,99

De Gazet van Antwerpen

€ 1,20 € 0,00 € 0,89 € 1,79
De Tijd € 1,80 € 0,00 € 1,79 € 2,69
Het Laatste Nieuws € 1,20 € 0,00 € 0,89 € 1,79
Het Belang van Limburg € 1,20 € 0,00 € 0,89 € 1,79
Het Nieuwsblad € 1,20 € 0,00 € 0,89 € 1,79

[154] Eigen bewerking op basis van de website App Store, www.apple.com

Figuur 85: Prijzen periodieke bladen via applicaties [155]

Titel Niet-digitale prijs

Digitale prijs

Download app

Digitale prijs

Prijs/download

Figuur 85 : Prijzen periodieke bladen via applicaties
Flair € 2,20 € 0,00 € 2,39
Humo € 2,80 € 0,00 € 2,39
Knack € 4,50 €0,00 € 3,99
Libelle € 2,40 enkel abonnees enkel abonnees
Libelle Lekker € 3,50 € 0,79 € 0,00
P-Magazine € 2,30 € 0,00 € 2,39
Sport/Voetbalmagazine € 3,00 € 0,00 € 2,99
Story € 2,00 € 0,00 € 1,59
Trends € 5,00 € 0,00 € 4,99

Figuur 84: Prijzen dagbladen via applicaties toont aan dat in de praktijk de applicatie steeds gratis gedownload kan worden en dat er een vergoeding wordt gevraagd voor een exemplaar van het dagblad. De kostprijs valt meestal lager uit dan wanneer de consument het dagblad in papieren versie aankoopt via een dagbladhandelaar. Enkel ‘De Standaard’ rekent meer aan voor zijn digitale versie.

Zoals te zien is in Figuur 85: Prijzen periodieke bladen via applicaties, is bij de periodieke bladen het verschil in prijs minder duidelijk. Daar kan de prijs voor een digitaal exemplaar hoger (bv. Flair), lager (bv. Humo) of hetzelfde (bv. Trends) zijn als de aankoopprijs voor de papieren versie.

[155] Eigen bewerking op basis van website App Store, www.apple.com
 

INFOFRAGMENT [Verwijzing 156]

Door de snel evoluerende mediamarkt ten gevolge van technologische innovaties, is het voor de regelgever vaak moeilijk om de regelgeving actueel te houden. Hierdoor ontstaan voor een zelfde product dat via een verschillend medium wordt aangeboden verschillen in BTW-tarieven. Ook in het geval van geschreven pers dat enerzijds traditioneel op papier te koop is, maar anderzijds tegenwoordig ook digitaal beschikbaar is. Voor het eerste bestaat er een nultarief voor de BTW, voor zijn digitale component een tarief van 21%.

Minister van Financiën Steven Vanackere wil hier een halt aan toeroepen door een nultarief voor beide vormen aan te nemen. Hij neemt een technologieneutrale benadering aan waar de BTW voor een zelfde product hetzelfde zou moeten zijn onafhankelijk van het kanaal via welke de consument zijn content wil lezen.


[Verwijzing 156] De Standaard, “Vanackere wil nultarief voor digitale kranten”, 11 oktober 2012