U bent hier

1.4 INTERNET

Het aantal Vlamingen dat minstens eenmaal per week online de actualiteit volgt, stijgt van jaar tot jaar. In 2007 was het percentage van de bevolking dat nooit of bijna nooit de actualiteit online volgt 55%. In 2013 daalde dit tot 38%. Het aantal Vlamingen dat (bijna) dagelijks via het internet naar nieuws surft, lijkt de drie laatste jaren te stabiliseren rond de 18%. De groep die minstens één keer per week online het nieuws volgt neemt langzaam toe.

Figuur 8: Evolutie van het aantal Vlamingen dat online actualiteit volgt[46] - Tekstuele beschrijving figuur 8

Het is echter niet zo dat alle internettoepassingen tot de mediasector gerekend kunnen worden.

In figuur 9: Waardeketen internet wordt de toegevoegde waardeketen voor de internetsector besproken vanuit het perspectief van het internet als mediavorm.

De contentleverancier geldt als startpunt. Journalisten, persbureaus en (vaker dan bij overige mediavormen) gebruikers zelf zorgen voor de inhoud van een website, de zogenaamde „user generated content‟.

Een andere vorm van inhoud komt van de adverteerders. Via mediacentrales, reclamebureaus en reclameregies komen allerhande vormen van internetreclame op de websites terecht.

De websitebeheerder wordt als aggregator gezien. Hij visualiseert de input en presenteert die op de website. In deze waardeketen wordt verondersteld dat de beheerder van de site tevens website-eigenaar is.

Deze doet voor de distributie een beroep op een internet service provider (ISP) om de website beschikbaar te stellen op het internet. Hierdoor kan de website geraadpleegd worden. De internet service provider kan websites slechts ontsluiten door gebruik te maken van een netwerk. Het internet bestaat uit een aaneenschakeling van deelnetwerken die onder het beheer staan van de netwerkbeheerder.

De internetgebruiker kan slechts toegang tot het internet verkrijgen via de diensten van een internet access provider. De aangeboden diensten van de internet service provider, netwerkbeheerder en internet access provider kunnen geïntegreerd zijn in één onderneming.

Naast de verspreiding over een vast netwerk kan de inhoud ook verspreid worden via mobiel internet.

Regelmatig worden aangepaste mobiele websites of apps met media-inhoud gelanceerd. Deze miniprogramma’s draaien op mobiele apparaten zoals de Apple iPhone, de Androidtoestellen en andere smartphones, en tablets. In de distributie fungeert bijvoorbeeld een App Store en een Google Play als tussenschakel om toegang te krijgen tot het gebruik van de app. De gebruiker moet ook beschikken over toegang tot het mobiele internet. De consument maakt dan gebruik van zogenaamde hotspots of het draadloos internet.

In veel publieke toegankelijke locaties zoals vliegvelden en hotels kan de consument gratis gebruik maken van een hotspot. Meestal doet hij daarvoor via een abonnement of prepaid-formule beroep op de mobiele (gsm-) operator. De mobiele operator maakt gebruik van een mobiel netwerk dat hij al dan niet zelf exploiteert.

Figuur 9: Waardeketen internet - tekstuele beschrijving figuur 9

Gezien de aard van dit rapport zal er voornamelijk aandacht geschonken worden aan de mediagerelateerde schakels van de internetwaardeketen.

 


[46] Studiedienst van de Vlaamse Regering, VRIND, http://www4.vlaanderen.be/sites/svr/Cijfers/Pages/Excel.aspx. De studiedienst van de Vlaamse Regering geeft jaarlijks een overzicht weer van Vlaamse Regionale Indicatoren (VRIND).