U bent hier

5 Algemeen besluit en beleidsaanbevelingen

In het eerste hoofdstuk werd de Vlaamse mediasector afgebakend door na te gaan welke spelers in welke mediasegmenten actief zijn.

Op het vlak van radio is het belangrijkste feit het aanhoudend belang van ketenvorming bij de lokale radio’s. Vorig jaar was de opkomst van lokale radioketen Story FM (dat tot de Sanomagroep behoort) een opvallend nieuw gegeven. In 2014 nam het belang van deze keten toe doordat het aantal aangesloten radio’s steeg tot 16.

Door de overname van SBS Belgium nv door De Vijver Media nv was 2012 aangekondigd als een jaar van grote verschuivingen op televisievlak. De strijd om de kijker resulteerde in veel opdrachten voor de onafhankelijke productiehuizen.

Vanaf  het voorjaar 2014 werd er gespeculeerd over een overname van het Finse Sanoma-aandeel in De Vijver Media nv door Telenet nv. In juni werd dit gerucht bevestigd, en werden de krijtlijnen van de overname uitgetekend. Maar gezien de potentiële impact voor de markt moet de Europese Commissie haar fiat geven. Hierdoor zal er pas in het voorjaar 2015 uitsluitsel komen in de zaak.

Ondertussen proberen bestaande en nieuwe spelers via allerhande nieuwe initiatieven een alternatief te bieden voor de wijze waarop de omroepsignalen tot bij de kijker gebracht worden. 

Base Company nv (het vroegere KPN) betrad in 2013 deze markt met een triple play-aanbod “Snow”. Het maakt daarvoor gebruik van het Belgacom IPTV-netwerk.

Met Stievie ontwikkelden de tv-omroeporganisaties een gezamenlijk platform voor de distributie van hun signalen. Na een testfase werd het een volle dochtermaatschappij van Medialaan nv die dit aanbod op 6 december 2013 lanceerde.

Telenet nv en Belgacom nv (dat de merknaam van zijn gehele aanbod wijzigde in Proximus) kwamen met nieuwe functionaliteiten bij hun bestaande aanbod.

Op het vlak van geschreven pers en internet zorgt de samenwerking tussen Concentra nv en Corelio nv in Mediahuis nv voor een belangrijke hertekening van het landschap. Dit was reeds aangekondigd ten tijde van de redactie van het vorige rapport. Op 25 oktober 2013 werd door de Belgische Mededingingsautoriteit goedkeuring verleend voor de samenwerking. Uit het feit dat de Mededingingsautoriteit een aantal voorwaarden oplegde omtrent het behoud van titels en redacties spreekt hun grote bezorgdheid.

Om te bepalen welke websites tot de Vlaamse mediasector kunnen gerekend worden, moeten een aantal assumpties aangenomen worden. De methodiek die het CIM hanteert om de populariteit van websites te meten is gewijzigd. Daardoor sluit de lijst van populairste websites niet naadloos aan bij die van de vorige jaren.

Op het einde van het eerste hoofdstuk werd aangetoond dat de oefening om de Vlaamse Mediasector af te bakenen hoe langer hoe moeilijker wordt. We nemen in toenemende mate crossmediale en convergente  tendensen waar. Dezelfde mediacontent wordt via verschillende kanalen tot bij de consument gebracht. Nieuwe mengvormen van media zullen verder ingeburgerd raken.

Vervolgens werden in hoofdstuk 2 de Vlaamse mediagroepen onder de loep genomen.
De opvallendste trend daarbij is dat deze groepen onderling steeds meer verstrengeld raken. Zo bestaan drie mediagroepen uit intersecties van andere Vlaamse mediagroepen.

De groepen zoeken naar mogelijkheden om multimediaal sterk te staan en gaan daarbij wisselende allianties aan.

Eind 2013 werd Mediahuis nv, een samenwerkingsverband tussen Corelio nv en Concentra nv, opgericht. De Belgische Mededingingsautoriteit legde daarbij wel voorwaarden op om een zekere diversiteit van het aanbod te garanderen.

Begin dit jaar was er het nieuws dat Telenet-moederbedrijf Liberty Global interesse had in de overname van het Finse Sanoma-aandeel in De Vijver Media nv. Ondertussen werd een akkoord bereikt, waarvoor in het voorjaar 2015 het fiat van de Europese Commissie afgewacht wordt.

Dit feit illustreert het gegeven dat de distributiebedrijven hoe langer hoe meer interesse hebben in de voorliggende schakels van de waardeketen en leidt tot toenemende verticale concentratie.

De Vlaamse Mediamaatschappij, een samenwerkingsverband tussen De Persgroep nv en Roularta Media Group nv nam met Medialaan nv een nieuwe naam aan.

De verhoudingen binnen de Vlaamse mediasector werden in hoofdstuk 3 aan de hand van een aantal indicatoren gekwantificeerd.

In eerste instantie is de concentratie wat betreft radio bestudeerd. Doordat radio Nostalgie vanaf 2012 officieel een landelijke radio geworden is, is binnen dit segment de indicator voor concentratie op basis van marktaandelen afgenomen. De VRT nv blijft echter de dominante speler binnen dit mediasegment.

Vervolgens werd televisie als mediavorm onder de loep genomen.

De slag om de kijker die in het najaar van 2012 ten gevolge van de overname de SBS-groep van start ging, leidde tot veel opdrachten voor de onafhankelijke productiehuizen. Dit vertaalde zich echter niet in een toenemende winstgevendheid voor de productiehuizen.

Ten gevolge van nieuwe technologieën zijn de inkomstenmodellen voor televisie gewijzigd. Hierdoor zijn er spanningen rond de verdeling van de inkomsten tussen de spelers binnen de verschillende schakels in de keten naar het oppervlak gekomen. Contentproducenten, aggregatoren en distributeurs willen elk een zo groot mogelijk aandeel van de inkomsten opeisen. We merken dat de totale hoeveelheid VOD-opvragingen en de hierdoor gegenereerde inkomsten voor het eerst stagneren. Dit heeft mogelijkerwijze te maken met het verschijnen van alternatieven.

In de voorgaande periode bleef de slechte financiële situatie van de regionale omroepen aanhouden. Het beleid heeft hierop een nieuwe regeling m.b.t. de regionale omroepen opgesteld. Deze gaat in vanaf 2015.

De markt van de gedrukte media blijft lijden onder de crisis. Het aantal verkochte exemplaren van de kranten is weer gedaald (de betaalde digitale oplagen stijgen wel). Mediahuis nv, de samenwerking tussen Concentra nv en Corelio nv, werd mede opgericht om deze situatie het hoofd te kunnen bieden, maar dit leidt wel tot meer concentratie.
De kans op verschraling van het nieuwsaanbod is niet denkbeeldig.

De periodieke bladen werden geconfronteerd met toenemende concurrentie vanwege de weekendbijlagen van dagbladen.

Voor het internet zijn de concentratiemaatstaven -en dus de verhoudingen tussen de spelers- nagenoeg constant gebleven. Het valt wel op dat het gebruik van mobiel internet het afgelopen jaar is toegenomen. Dit is onder andere toe te schrijven aan de toenemende populariteit van applicaties.

Ten slotte werden in het derde hoofdstuk de prijzen van mediaproducten bestudeerd. Voor zowat alle mediavormen moest in 2014 meer betaald worden. Enkel voor mobiel internet is de maandelijkse prijs gedaald. De prijs voor de aanschaf van een toestel (radio, tv, pc) is wel gedaald. De prijzen voor de aankoop van een digitaal dagblad of periodiek blad zijn over het algemeen lager dan de gedrukte versie.

Ook de prijzen voor de advertentieruimte stegen voor zowat alle mediavormen. Enkel de kost voor advertenties op televisie nam af.

Hoewel er niet één speler is die de hele Vlaamse mediasector domineert, blijken veel vormen van horizontale, verticale en crossmediale concentratie te bestaan in en tussen een aantal segmenten van verschillende Vlaamse mediavormen. Dit kan een risico inhouden voor de diversiteit van het aanbod.

Het vierde hoofdstuk vormt een nieuwigheid t.o.v. de vorige rapporten. In dit hoofdstuk werden de verschillende mogelijkheden beschreven hoe de Vlaamse overheid reeds intervenieert om diversiteit en concurrentie in de mediasector te behouden en te stimuleren. De VRM somt in deze context extra uitbreidingsmogelijkheden op en geeft enkele beleidsaanbevelingen.

Ze werden beschreven volgens een bestaand academisch schema dat een onderscheid maakt tussen restricties, tegengewicht, economische tussenkomst, transparantie en organisatorische maatregelen.
Over het algemeen werd opgemerkt dat audiovisuele media aan meer regels onderhevig zijn dan gedrukte media en internet.
Daarnaast werden er nog een aantal voorstellen geformuleerd om in de toekomst nog beter naar deze doelstellingen toe te werken.

In het kader van regulering werd aangehaald dat in Vlaanderen, met uitzondering van het regime voor DVB, geen verplichte scheiding tussen omroeporganisatie, dienstenverdeler en netwerkoperator bestaat. Verticale integratie tussen deze actoren kan enerzijds synergieën en efficiëntievoordelen met zich meebrengen, maar anderzijds ook leiden tot een verhoogd risico op machtsmisbruik. Het is aan het beleid om te bepalen hoe eventuele risico’s tot een minimum beperkt kunnen worden.

De VRM zal in de toekomst mogelijk verantwoordelijk worden voor de prijzenregulering voor teledistributie en vraagt om een duidelijk wettelijk kader te voorzien wanneer dit effectief het geval wordt.

Eveneens werd in dit hoofdstuk bestudeerd wat er gebeurt wanneer een dienstenverdeler eigenaar kan worden van één of meerdere zenders via de overname van participaties in een mediagroep. Een mogelijk gevolg kan zijn dat hij meer informatie (bv. cijfers met betrekking tot het kijkgedrag) uitwisselt met zijn eigen televisieomroeporganisatie dan met andere. Hierdoor ontstaat er een voordeel ten opzichte van andere televisieomroeporganisaties. De eigen zenders krijgen een beter inzicht in het kijkgedrag van hun publiek en kunnen aan targeted advertising doen. Dit kan op zijn beurt weer leiden tot hogere advertentie-inkomsten. Het is mogelijk dat andere televisieomroeporganisaties geen of moeilijker toegang zullen krijgen tot deze informatie na een overname.

Bovendien kan zo’n dienstenverdeler die één of meerdere ‘open net’-zenders controleert, de nieuwe stimuleringsregeling opportuner gebruiken t.o.v. andere distributeurs door de coproducties uit te zenden op zijn eigen zenders. Andere spelers hebben deze mogelijkheid niet.
Als resultaat kan er een concurrentiële scheeftrekking tegenover andere spelers ontstaan.

In Vlaanderen bestaat er geen must-offerverplichting zoals in andere landen. Gezien de besluiten die de VRM samen met de andere regulatoren genomen heeft m.b.t. het openstellen van het kabelnetwerk, zou dit echter een maatregel kunnen zijn om de toegang tot content te vergemakkelijken voor alternatieve operatoren. Een opstartende ondernemer die weinig televisieabonnees heeft, staat in een zwakkere onderhandelingspositie. Zeker wanneer er gekeken wordt naar de verticale concentratiebewegingen die zich voordoen in het medialandschap kan er mogelijk misbruik optreden. Door de must-offerverplichting moeten beide partijen samenwerken om tot een goed akkoord te komen.

Een andere suggestie bestaat er in meer samenwerking te bekomen tussen de verschillende beleidsniveaus. Doordat zij gebonden zijn aan strikte regels is het uitwisselen van informatie niet altijd mogelijk. Het is echter wenselijk om deze samenwerkingsmogelijkheid via een regelgevend kader verder uit te breiden om een grotere transparantie te bekomen.

Tot slot kunnen de steeds groter wordende samenwerkingsverbanden tussen verschillende radio-omroeporganisaties resulteren in een daling in diversiteit. Door radio-omroeporganisaties op te leggen dat ze een onafhankelijke redactie moeten behouden, kan deze verwatering van diversiteit tegengegaan worden.